Over 'De tijddood'
“Laat me niet lachen. Waar zou het onderwijs, de zorg en de huisvesting zijn als de overheid er zich niet mee bemoeide? Maar hij zou realistisch moeten zijn. Wie maalde er nog om maatschappelijke betrokkenheid? Zijn ideeën en idealen lagen als wrakhout op het strand. Zelfs een jutter zou erlangs lopen zonder zich te bukken.” - Fragment uit 'De tijddood'
“Een verbluffend knap geschreven tijdsbeeld en een bijzonder debuut”, aldus Uitgever Prometheus over de eerste politieke roman van Cees Oosterwijk. Het verhaal geeft een kijkje achter de schermen van het lokaal bestuur. De gefingeerde gemeente Maldegeer vormt het decor voor verwikkelingen in de wereld van projectontwikkeling en vastgoed en een misdaad in familiebedrijf De Koning. In hoog tempo word je als lezer binnengezogen in een moordonderzoek en het schimmenspel van politiek en bestuur. De twijfels van wethouder Hazeleger en de dappere zoektocht van Hannah vormen de ingrediënten voor een spannend spel van macht en onmacht. Zekerheden blijken niet meer zeker te zijn. De hoofdpersonen zoeken naar liefde, waardering en waarheid. Een bijzondere hoofdpersoon is de tijd. De wethouder wordt ingehaald door de tijd en de verteller komt erachter dat de tijd soms gaten laat vallen waarin de ware toedracht van het misdrijf verdween. Verweven in de verhaallijnen geeft De Tijddood bovendien een onthutsende analyse van de teloorgang van idealen en maatschappelijk engagement. De roman eindigt op 3 maart, de dag van de gemeenteraadsverkiezingen.
“Er was niets meer vóór dat park, en daarna zou ik opnieuw moeten beginnen. Opnieuw geboren worden, kennen en herkennen, leren en vergeten. Een tweede leven. En om herhaling te voorkomen van deze vreselijke ervaring, besloot ik niet meer terug te keren naar de tijd die geweest was. Die tijd verklaarde ik dood. Wat er ook geweest was, daar aan de andere kant van het gapende gat dat die tumor in mijn hoofd geslagen had, ik wilde het niet weten. Ik geloofde eenvoudigweg dat alles zich zou herhalen als ik daar weer zou belanden. Zoals een versleten grammofoonplaat die blijft hangen. Ik ging niet dood. Dat wist ik ook zeker op dat moment. Maar de tijd hiervoor zou dood zijn en blijven. Daar zou niemand iets aan kunnen veranderen. Maar, wie was die gestalte die wegliep? Wie was die vrouw?” - Fragment uit 'De tijddood'