Is de coalitievorming in uw gemeente vlot verlopen?
  • Home
  • Thema's
  • Beleidsvelden
  • Agenda
  • Opinie
  • Publicaties
  • Bijeenkomsten
  • Contact
    • Contactinformatie
BMC

Deregulering in tijden van verkiezingen: hype of houdbaar ...?

De pen van: 
Noor Lourens

Noor Lourens - senior adviseur BMCVlak voor de huidige bestuursperiode (2005) deed ik onderzoek naar de noodzaak van deregulering bij gemeenten en in hoeverre en op welke manier zij het vraagstuk van regeldruk en bureaucratie oppakten. Mijn conclusie was dat er weinig lokale ‘sense of urgency’ voor de problematiek was en dat deregulering nog vooral iets was uit Den Haag.

Waar men wel dereguleerde was het sterk juridisch-technisch van karakter en richtte het zich vaak alleen op het afschaffen van regels. Niet zelden mondde dit uit in cosmetische operaties van ‘kappen van dor hout’ en in elkaar schuiven van regelingen of gewoon in regelrechte teleurstellingen. Behalve een te beperkte invulling en aanpak van de deregulering en verkeerde veronderstellingen over de achterliggende problematiek, waren er tal van factoren die verklaarden waarom de lokale regeldrukvermindering niet op gang kwam, of niet het verwachte resultaat bracht. Dat laatste was overigens niet uniek voor gemeenten.

Misschien was het de populariteit die de paarse krokodil ineens verwierf als symbool van bureaucratie, of toch de lobby vanuit de belangengroeperingen: ook op lokaal niveau groeide het besef dat bureaucratie en overregulering ook een lokaal probleem was en moest worden aangepakt. Hoewel nog vooral aangejaagd vanuit klassiek-liberale hoek en uitgedrukt in te kwantitatieve doelstellingen (helft minder regels of 25% minder lasten), werd het dereguleringsdoel in veel collegeprogramma’s opgenomen.

Dus waren we de afgelopen vier jaar op lokaal niveau druk met de regeldruk. Samen met de gemeenten ben ik ten strijde getrokken tegen die paarse krokodil. Nu eens lichtten we alle regels door op nut, noodzaak en lasten, dan weer gingen we in workshops aan de slag om vanuit andere perspectieven naar (beleids)problemen te kijken en alternatieven te zoeken voor regels, soms samen met de burger en ondernemer. Niet in de laatste plaats ook met gemeenteraden en colleges om de regelreflex te beteugelen en hen bewust te maken van hun rol. De relatie tussen deregulering en politiek-bestuurlijke ambitie blijft immers spanningsvol.

Inmiddels is de kennis en aanpak van deregulering op lokaal niveau geëvolueerd. Lag de focus eerst vaak alleen op de regels, inmiddels is het besef doorgedrongen dat regeldruk niet alleen gaat om het schrappen van regels, maar ook het verbeteren van de uitvoering daarvan: meer service. Gelukkig is de bewustwording gegroeid dat het probleem ook een ‘gepercipieerd’ gedeelte heeft. Dat is de lastendruk die niet in tijd en geld is uit te drukken, maar wat voor burgers en bedrijven wel de bureaucratie bepaalt: de ‘van-het-kastje-naar-de-muur’ ervaringen. Dat gaat om anders denken en werken, de bejegening van burgers en bedrijven en houding en gedrag van ambtenaren in de toepassing van regels.

Deze verbreding van deregulering naar activiteiten die de dienstverlening (ict-inzet, loketten, formulieren etc.) verbeteren is noodzakelijk en positief. Een groot gedeelte van de (praktische) lasten wordt zo snel weggenomen. Het heeft echter een hoog belastingdienstgehalte: we maken het makkelijker, maar niet leuker. De overheid helpt u door het regeldoolhof schalt er door mijn radio, waarbij ik mij afvraag: waarom lossen ze het doolhof niet eens op?

Door de nadruk op dienstverlening verdwijnt de meer fundamentele discussie over de rol en taken van de gemeente geheel naar de achtergrond. Terwijl als we echt substantieel de regeldruk en bureaucratie willen verlagen (inderdaad de helft minder regels), ligt daar de sleutel tot verandering en succes.

Die discussie is al lang niet meer klassiek-liberaal en veel breder dan alleen het dereguleringsvraagstuk. De samenleving verandert. Mondige en goed geïnformeerde burgers en sterk ontwikkelde maatschappelijke netwerken verwachten ook dat de overheid daarin mee ontwikkelt, op andere manieren stuurt en optreedt. Zij eisen meer vertrouwen en verantwoordelijkheid. Dat het hierdoor tijd is voor nieuwe besturingsparadigma’s wordt breed gedragen. Deregulering en daarmee bedoel ik dan ook (of juist!) het nadenken over andere vormen van sturing en organisatie is daarin een cruciaal element en willen gemeenten daadwerkelijk die Eerste Overheid in 2015 zijn, dan zullen ze het debat over herpositionering en herijking moeten aangaan.

De verkiezingen bieden een uitgelezen kans om het debat daarover te voeren met elkaar en met de burgers en je zou verwachten dat partijen nu willen doorzetten en verdiepen op wat zij de afgelopen jaren hebben ingezet. Het thema regeldruk en deregulering is echter nauwelijks een onderwerp in de verkiezingsprogramma’s en waar het dat wel is ligt de focus wederom op dienstverlening en niet om het vraagstuk van gemeentelijke rollen en taken.[1]

De houdbaarheidsdatum van het dereguleringsvraagstuk is mijns inziens dus nog lang niet verstreken, maar ik voorzie groot gevaar dat de lokale dereguleringsgolf op deze manier alsnog eindigt als hype.

Onvoorstelbaar gezien de basis die is gelegd de afgelopen jaren en noodzaak die er op dit vlak om die eerste en andere overheid te worden. Het opvallendst is het echter nog wel als je weet dat de regeldruk en bureaucratie in bijna elke gemeente door burgers en ondernemers nog genoemd worden als belangrijkste knelpunten en dat de voorspelling is dat komende vijf jaar de opstand tegen de regeldruk een nieuw hoogtepunt zal bereiken.[2]

Ik vertrouw er dan ook op dat de toekomstige raads- en collegeleden, die op dit moment tijdens de campagne hun oor te luister leggen, dit geluid ook zullen horen zullen ontdekken dat dat regeldruk en deregulering thema’s van de toekomst zijn. Zo zullen we het alsnog terug gaan zien in elk collegeprogramma, waarmee gemeenten de lokale deregulering definitief ‘ont-hypen’.

 

Noor Lourens
Senior adviseur BMC

 

 


[1] Zo blijkt uit onderzoek van Actal naar alle verkiezingsprogramma’s van de G31, februari 2010.

[2] Michiel S. De Vries, The Importance of Neglect in Policy-making, 2010.

  • Reactie toevoegen

Nieuws

21/04 Evaluatie gemeenteraadsverkiezingen
09/04 Stemmen met een verlopen paspoort
01/04 Geslaagd symposium 'Na de gemeenteraadsverkiezingen'
26/03 Kieswet wordt vooralsnog niet aangepast
25/03 Veel gekozen raadsleden zien van zetel af
18/03 Bijna helft raadsleden nieuw in de raad
Nieuws archief >>