Het bestuur: het dualisme voorbij

Achtergrond
Sinds de invoering van het dualisme, nu al weer bijna acht jaar geleden, heeft de gemeenteraad van alles ondernomen om zijn rol goed op te pakken. Sommige dingen gingen goed, andere wat minder. Er zijn interactieve bewonersbijeenkomsten gehouden. De traditionele commissievergaderingen zijn afgeschaft en vervangen door ronde-tafelbijeenkomsten. De tafel was soms zó rond dat niet duidelijk was wie de voorzitter was of de wethouder. Er is geprobeerd tot een raadsprogramma te komen, maar dat was lastig: het coalitieakkoord bleek toch voor de coalitiepartijen maatgevend. Het college vatte zijn informatieplicht zo consciëntieus op dat er te veel papier ongelezen in de prullenbak belandde. En dan dat besturen op hoofdlijnen. Bewoners kloppen juist bij gemeenteraadsleden aan als die hoofdlijnen in concreet beleid wordt omgezet. Als de kadernota verkeer leidt tot het kappen van bomen, komt de buurt in actie en begint de raad te schuiven. Dan lopen hoofdlijnen en details kris kras door elkaar en blijkt een oude waarheid op te gaan: de duivel zit in het detail.

De bedoeling van het dualisme was dat de gemeenteraad drie rollen goed zou gaan vervullen: de grote lijnen uitzetten, het college controleren en de bevolking vertegenwoordigen. Daardoor zou de gemeenteraad weer het herkenbare politieke bestuur van de gemeente worden. En de politieke arena waar het beleidsdebat wordt gevoerd.

Maar ‘de raad’ is natuurlijk wel een verzameling van politieke fracties, die ieder zo hun eigen opvattingen over die verschillende rollen hebben. Dat hangt samen met hun eigen politieke identiteit, maar ook met de vraag of ze deel uitmaken van de coalitie dan wel in de oppositie zitten. De verkiezingsprogramma’s van de fracties verschillen ook op een aantal concrete punten en dus hebben ze verschillende verwachtingen bij de kiezers gewekt. Politieke tegenstellingen horen in een goed, inhoudelijk debat de boventoon te voeren. En niet zo zeer de tegenstelling tussen ‘ het college’ en ‘de raad’. Dan neigt dualisme tot duellisme en gaat het haast altijd over het proces in plaats van over de inhoud. De versterking van de positie van de gemeenteraad, een van de doelstellingen van het dualisme, is een uitdagende, maar ook ingewikkelde opgave.

Laten we daar maar niet meer het woord dualisme op plakken. Daar is al zoveel over gezegd en geschreven. En er zijn ook al zoveel trainingen aan gewijd. Het dualisme zijn we voorbij. We hebben een scherpe rekenkamer, een gretige griffie, de begrotingscyclus draait zijn rondjes. Aan al die ‘institutionele’ zaken is de laatste tijd nuttige, maar ook veel tijd besteed. Het gaat er nu om de gemeenteraad, in al zijn pluriformiteit, naar buiten te keren. Dat kan op verschillende manieren.


Wat gaan we doen?

De versterking van de positie van de gemeenteraad is in eerste en laatste instantie een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad zelf. Hier is geen plaats voor valse bescheidenheid. Als deze - in al zijn pluriformiteit - zijn grondwettelijke plek als ‘hoofd van de gemeente’ waar wil maken, zal de gemeenteraad daar zélf voor moeten opkomen.

Allereerst is het van belang dat de gemeenteraad focus aanbrengt. We willen dat de raad maximaal drie onderwerpen per jaar benoemt die worden uitgespit. Onderwerpen, waar de gemeenteraad veel - zoniet alles - over te zeggen heeft, die belangrijk zijn voor de bewoners en waar nieuw beleid voor nodig is. De gemeenteraad benoemt per onderwerp uit zijn midden een rapporteur die, gesteund door de griffie, aan de slag gaat. Onderzoek doet, gesprekken voert, bijeenkomsten belegt en een rapport opstelt met achtergronden, best practices van elders en concrete voorstellen. Dat rapport wordt in de gemeenteraad besproken en vastgesteld, uiteraard met een tijdig geleverd commentaar van B&W er bij. Zo stelt de gemeenteraad de kaders vast voor enkele majeure onderwerpen. Het is een methode die in het buitenland door veel parlementen en raden wordt gebruikt. De gemeenteraad wordt zo zichtbaar en politiek relevanter.

Een andere methode is hier en daar wel eens uitgeprobeerd, maar zelden consequent. De gemeenteraad trekt de wijk in. Niet als PR-stunt, maar om daadwerkelijk met de bewoners hun wensen en ambities m.b.t. de wijk te bespreken, die vast te leggen in een wijkvisie- en programma en daar uiteraard een budget aan te verbinden. Een lid van B&W heeft de wijk ‘in portefeuille’, maar opereert binnen de afspraken die tussen gemeenteraad en wijkbewoners zijn gemaakt. Een kleine wijkcommissie uit de gemeenteraad, aangevuld met wijkbewoners, bespreekt regelmatig de voortgang van de uitvoering van het wijkprogramma.

Een verschuiving van initiatief van college naar gemeenteraad moet samengaan met een gelijktijdige versterking van de positie van afzonderlijke fracties. De vertaling van hun politieke programma in een eigen, herkenbare werkwijze is allereerst de verantwoordelijkheid van deze fracties en hun politieke partijen zelf. Maar de gemeenteraad kan wel met betere faciliteiten fracties meer armslag geven. Fracties in de raad hebben ondersteuning nodig op in ieder geval secretarieel niveau. Evenals een eigen fractiekamer, en computer-, vergader- en kopieerfaciliteiten. Maar er is meer nodig. Zo moeten er budgetten komen waarmee fracties expertise kunnen inhuren om eigen initiatiefvoorstellen te ontwikkelen.