Veiligheid: nieuwe taak in veiligheidshuis

Achtergrond
Een van de meest fundamentele behoeften van de mens is veiligheid. Aangezien we ons als individuen onvoldoende zelf kunnen beschermen tegen kwade elementen, heeft de overheid van oudsher een absolute kerntaak in het zorgen voor een veilige samenleving. Dat geldt in hoge mate voor de gemeente.

In het afgelopen decennium is er veel gebeurd. Waar in veel gemeenten tien jaar geleden alleen de burgemeester nog werd aangesproken in zijn rol als bewaker van de openbare orde, heeft ‘veiligheid’ grote betekenis gekregen in het hele college en is ‘t het belangrijkste onderwerp van gesprek in de raad. De klassieke driehoek van gemeente, openbaar Ministerie en politie heeft zijn aandachtsveld vergroot door niet alleen meer in repressieve zin op te treden, maar ook aandacht te richten op preventief terrein. De relaties met relevante zorgpartijen, maatschappelijk werk en corporaties zijn verbeterd en zowel op doelgroep/dader niveau als in de lastige gebieden wordt gericht samengewerkt. In veel opzichten is de objectieve veiligheid toegenomen; er worden minder delicten gepleegd.

We zijn er helaas nog lang niet. Niet voor niets geven veel burgers aan dat (on)veiligheid nog steeds het grootste probleem is. Het aantal brute roofovervallen op met name winkels en de horeca neemt toe. Publieke dienstverleners krijgen meer en meer te maken met dreigend ‘publiek’; mensen die er plezier in lijken te hebben om hulpverleners lastig te vallen.

Wat gaan we doen?
Veiligheid zal als een urgent sociaal probleem van de stad beschouwd moeten worden. Die prioriteit zal, ondanks de noodzaak tot bezuinigen, ook moeten blijken in de eerste begroting die het nieuwe college zal presenteren.

Om goede maatregelen te kunnen nemen hoeft het veiligheidshuis in zijn huidige vorm niet aangrtast t worden, maar het kan uitgebreid worden met een nieuwe taak. Bijvoorbeeld om notoire ordeverstoorders en overlastveroorzakers een verplichtend aanbod tot zorgondersteuning (verslavingszorg, schuldhulpverlening, psychische zorg, etc.) te bieden, waarmee serieus wordt gepoogd om de oorzaken van hun gedrag aan te pakken.

In overleg met de horeca-exploitanten kunnen duidelijke gedragsregels  vastgesteld worden. Horeca-ondernemers die de gedragsregels niet actief uitdragen en promoten worden geconfronteerd met maximale inzet van handhavinginstrumenten.

Een belangrijk deel van de georganiseerde criminaliteit zit in specifieke branches. Om meer grip te krijgen op deze fenomenen kunnen gemeenten samen met de politie en het OM investeren in kennis over die georganiseerde criminaliteit. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij gespecialiseerde landelijke en regionale instituten die de beschikbare kennis verzamelen en ontsluiten.