Welzijn en zorg: meer met minder geld
Achtergrond
De afgelopen jaren is hard gewerkt aan een goede invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Er is een beleidsplan voor vier jaar opgesteld, er is een nieuwe verordening voor individuele voorzieningen vastgesteld en de hulp bij het huishouden is Europees aanbesteed. Daarover zijn weinig klachten geweest, hoewel met de verschillende aanbieders een forse discussie is gevoerd over de te lage kostprijs voor de lichtere vormen van ondersteuning bij hulp in het huishouden.
Door een wetswijziging is het straks voor de aanbieders niet meer mogelijk om ‘goedkopere’ arbeidskrachten (alpha-hulpen) in te zetten. Hierdoor moeten wij bij de komende aanbestedingen een hogere prijs betalen voor de hulp bij het huishouden. Er is door het vorige college wel een kleine reserve opgebouwd en er is onlangs ook extra geld beschikbaar gesteld door het rijk voor de hogere kosten. De verwachting is echter dat dit niet voldoende is om de stijgende kosten en de vraag naar hulp bij het huishouden in de komende jaren te dekken.
De verdere bezuinigingen in de AWBZ zullen de komende jaren doorwerken en een effect hebben op Wmo. Veel cliënten worden niet meer geïndiceerd voor ondersteunende begeleiding en ook de grondslag psycho-sociaal is komen te vervallen. Hierdoor komen mensen met een beginnende dementie, dak- en thuislozen en mensen met een GGZ-problematiek niet meer in aanmerking voor ondersteuning die door de AWBZ wordt gefinancierd. Onduidelijk is nog om hoeveel cliënten het precies gaat, maar wij verwachten dat de druk op de door de gemeente gefinancierde voorzieningen hierdoor zal gaan toenemen. Wij willen ons dan ook in de komende periode voorbereiden op de stijgende kosten voor de uitvoering van het Wmo-beleid.
Wat gaan we doen?
Voor de komende vier jaar wil de coalitie maatregelen treffen om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot zorg en welzijn. Deze maatregelen zijn gericht op verhoging van de doelmatigheid: met minder geld meer bereiken. De nadruk komt te liggen op het versterken van preventie, zodat het beroep op individuele voorzieningen zal afnemen.
We gaan in de komende periode het welzijnsbeleid herijken, nadere prioriteiten stellen en er voor zorgen dat de door ons gefinancierde instellingen een passend aanbod doen voor de mensen die geen beroep meer kunnen doen op door de Awbz gefinancierde ondersteuning. Het accent ligt hierbij vooral op het vergroten van de participatie van kwetsbare burgers. Dat willen wij bereiken door het versterken van de uitvoering van het Wmo-beleid. De welzijnsinstellingen meer zich meer richten op het versterken van het zelforganiserend vermogen in wijken. Zij moeten daarom vitale coalities aangaan met woningcorporaties en zorginstellingen.
Om meer preventief te werk te gaan moet er zicht komen op kwetsbare burgers in de aandachtswijken in onze gemeente. Per aandachtswijk moet daarom een integrale analyse worden gemaakt, met specifieke aandacht voor deze kwetsbare groepen. Op basis van deze analyses wordt een nieuw beleidsplan voor vier jaar voor de Wmo opgesteld, waarbij per wijk accenten worden benoemd.
Welzijns- en zorginstellingen moeten samen met de woningcorporaties op basis van deze inventarisatie per wijk een passend ondersteuningsprogramma opstellen gericht op kwetsbare groepen in de wijken. Er worden alleen nog maar activiteiten van welzijnsinstellingen gesubsidieerd als die gericht zijn op deze kwetsbare doelgroepen. Deze plannen moeten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de bewoners van de betreffende wijk. Wijkorganisaties kunnen budgetten krijgen voor activiteiten gericht op het versterken van de sociale samenhang en leefbaarheid in de wijk en op kwetsbare bewoners.
Speciale aandacht gaat uit naar de positie van de (groeiende) groep ouderen. Het openbaar vervoer in de stad voor mensen van 65+ wordt gratis met de ouderenpas. En samen met de GGD en de huisartsen gaan we consultatiebureaus inrichten voor ouderen.