Werk en Inkomen: activering en participatie
Achtergrond
Sinds de invoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB) is op lokaal en regionaal niveau een activerend sociaal zekerheidsstelsel gebouwd. De vraag is natuurlijk hoe activerend dat stelsel blijft bij de huidige economische crisis. Wij zien de crisis als een kans om los van instituties en structuren tot effectieve samenwerking te komen. Daarbij is samenwerking niet het doel, maar het middel om iedereen mee te laten doen. Want dat is nu meer dan ooit nodig: bedrijven en werkzoekenden hebben daar recht op.
Los van de crisis hebben we op het terrein van de sociale zekerheid te maken met een samenspel van groeiende problemen die we onvoldoende aanpakken. De wachtlijst voor de sociale werkvoorziening groeit; misschien niet spectaculair, maar wel gestaag. Het beroep op de bijstand is fors afgenomen, maar we lijken nu vrijwel aan het einde van onze mogelijkheden te zijn gekomen. Voor de mensen die nu nog gebruikmaken van de WWB is de gang naar de gewone arbeidsmarkt vrijwel altijd een stap te ver. Het aantal jonggehandicapten, de zogenaamde ‘Wajongers’, groeit snel, geheel in lijn met de landelijke ontwikkelingen. Ofschoon de gemeente hier niet financieel voor verantwoordelijk is, voelen we dit sociaal-maatschappelijke probleem wel degelijk. Al met al een sociale ‘Bermuda-driehoek’: veel mensen die onvoldoende productief zijn om gewoon mee te draaien in de economie verdwijnen uit het zicht.
Wat gaan we doen?
Het nieuwe college kiest voor activering en participatie: ook in tijden van economische neergang. Samenwerking tussen de belangrijkste instellingen - gemeenten, UWV Werkbedrijf, werkgevers en onderwijsinstellingen - staat daarbij centraal. Met het werkbedrijf willen we binnen twee jaar een goed functionerende ‘Locatie voor Werk en Inkomen’ inrichten. Klanten, maar ook professionele partijen (werkgevers en onderwijsinstellingen), moeten eigenlijk niet meer weten met welke ‘uitkeringsinstantie’ ze te maken hebben.
Op deze locatie wordt de doorstroom van werk naar werk bevorderd: er zijn immers nog vele vacatures in de regio! Waar aanvullende scholing nodig is, wordt deze direct aangeboden. Dat kost veel geld, maar het op kwalitatief hoog niveau omscholen, herscholen en bijscholen is voor de toekomst van onze ‘kenniseconomie’, ook voor de lokale situatie, van het grootste belang. Een belangrijke rol is weggelegd voor het werkgeversservicepunt of het ondernemersplein. Hier kunnen ondernemers worden geholpen met het oplossen van personele problemen. Dat kan gaan om het bemiddelen naar ander werk, scholing van overtollig personeel, of het vervullen van vacatures. Belangrijke voorwaarde voor succes is dat, in navolging van het participatiebudget integratie, samenvoeging van alle budgetten op het gebied van Werk, Inkomen en Scholing wordt gerealiseerd. Dus niet alleen de gemeentelijke middelen samenvoegen, maar ook het Werk-deel en reïntegratiegelden van het UWV Werkbedrijf gezamenlijk inzetten daar waar het meeste effect kan worden bereikt.
Wij willen met kracht de ‘Bermuda-driehoek’ aanpakken. Ons SW-bedrijf gaan we fors moderniseren. Het wordt de motor voor iedereen die wel kan participeren, maar niet tegen reguliere voorwaarden op de arbeidsmarkt terecht kan. Deze motor biedt niet alleen maar werkplekken in een beschermde omgeving, maar zoekt ook gericht en snel voor mensen met een handicap een geschikt bedrijf waar zij kunnen werken. Wajongers hebben daarbij voorrang. Vanuit het onderwijs worden mensen al vroegtijdig gesignaleerd, zodat ze zonder tijdverlies en wachtlijsten direct kunnen doorstromen naar de SW-motor. Deze ontwikkelingen zullen geld gaan kosten en het zal niet gemakkelijk zijn die gelden te genereren in deze financieel zware jaren. De mensen thuis laten verpieteren is echter geen optie.