Over de val van een kabinet en de zuiverheid van raadsverkiezingen
En daar was hij ineens: Wouter Bos bezocht een van de kernen van mijn woongemeente Westland. Anders dan gebruikelijk deelde hij, volgens persberichten, geen rode rozen, maar paprika’s uit. Hij benadrukte, zo hoorde ik hem zeggen, dat tuinbouw in het Westland allemaal nog wel iets duurzamer zou kunnen dan nu al het geval is. Obligate boodschap in een regio die bol staat van innovatieve initiatieven in deze sfeer, maar daar gaat het nu niet om.
Wouter Bos was een hoofdrolspeler bij de val van Balkenende IV, een politiek spektakel aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen. Bovendien is Bos beoogd lijsttrekker voor de landelijke verkiezingen. Daarmee rijst de vraag waar deze campagne-activiteit nu eigenlijk over ging: over de landelijke of de gemeentelijke verkiezingen. Desgevraagd zou Bos zeggen dat hij Progressief Westland kwam ondersteunen, niet om zichzelf te promoten; materieel is dat verschil voor burgers volstrekt niet te maken.
Bos en Westland zijn een voorbeeld. Het geldt na de val van het kabinet voor alle landelijke politici en gemeenten. De campagne voor de gemeenteraad wordt gebruikt als een opmaat voor de landelijke verkiezingen. Nog indringender dan in het geval het kabinet niet zou zijn gevallen, komen landelijke politici nu in beeld op lokaal niveau. Zij brengen – misschien zelfs huns ondanks – hun eigen landelijke thema’s mee, daarin ruimhartig ondersteund door het meereizende circus van de landelijke media. Het zou interessant zijn te weten welke invloed het optreden van de landelijke politici bij de val van het kabinet zal hebben bij de keuze in het stemhokje voor de raadsverkiezingen? Of hun opvattingen over verlengd militair verblijf in Uruzgan? Dat die invloed er zal zijn is onmiskenbaar; groter ook dan wenselijk is. Want alle gemeenten, ook Westland, hebben eigen vraagstukken die vragen om een uitspraak van de kiezer. Wil de Westlander een nieuw gemeentehuis, en waar? Hoe faciliteert het gemeentebestuur de motor van de regionale economie, de glastuinbouw? En nog veel meer. Die vraagstukken zijn al ingewikkeld genoeg en verdienen het aan de kiezer te worden voorgelegd zonder de sluier van nationale politiek.
Alle reden om een idee weer op te pakken dat Alexander Pechtold als bewindspersoon voor bestuurlijke vernieuwing als laatste naar voren bracht: de invoering van door het jaar heen gespreide raadsverkiezingen. Daarmee vermindert de nationale belangstelling/invloed voor/op de lokale verkiezingen en kunnen lokale keuzes zo zuiver mogelijk aan de kiezer worden voorgelegd. Ook de media zullen minder geneigd zijn om de peilingen op verschillende overheidsniveaus met elkaar te gaan vergelijken. Natuurlijk blijven verkiezingen in grote steden belangrijk voor nationale politici, ook als die gespreid plaatsvinden. En uiteraard zullen lokale politici zelf voor een goede opkomst moeten zorgen; zij kunnen niet meer meeliften op de successen van hun landelijke kopstukken; evenzogoed hebben ze minder last van hun falen. Maar per saldo zie ik wel wat in spreiding van raadsverkiezingen over het jaar. Tenzij er het hele jaar een bus kamerleden de lokale verkiezingen gaat langsrijden, kan de verkiezingsdiscussie in het merendeel van de gemeenten dan eindelijk weer eens op de eigen thema’s worden gevoerd.
Kees Riezebos
senior adviseur BMC